maandag 1 april 2013

TWEE MINUTEN TE LAAT

Tijdens de boekenweek zou Kees van Kooten komen signeren bij de boekhandel in mijn woonplaats.
In de tijd, dat ik nog jong was, waren Koot en Bie onze helden. Iedere week zaten wij aan de buis gekluisterd en waren zij in de volgende dagen het gesprek van de dag.
Kortom, ik ben opgegroeid met Koot en Bie, dus van Kees van Kooten wilde ik graag een gesigneerd boekenweekgeschenk.
De datum van zijn bezoek stond allang in mijn agenda genoteerd en verder had ik alles eromheen gepland.
Op de televisie zag ik hem met Nelleke Noordervliet bij Wim Brands en ook met zijn verrekijker bij DWDD.
Dus ik was goed voorbereid en bovendien merkte ik op, dat de heer van Kooten er nog heel goed uit zag!
Een doorleefde kop met een mooie bos grijs haar en verder nog helemaal goed in vorm. Een pré, want dat kan niet van iedere oudere worden gezegd.

Hij zou 20 maart j.l. vanaf één uur ’s middags aanwezig zijn, maar ik ging iets later met het oog op de te verwachten drukte en terwijl ik naar de stad liep begon ik te bedenken wat ik tegen hem zou zeggen, want zo’n kans krijg je maar één keer in je leven, nietwaar?
Het was lekker weer, wel een fris windje, maar de zon scheen en het was niet druk, de mensen, die ik tegenkwam glimlachten bijna allemaal, althans zo scheen het mij toe. Iedereen leek vrolijk te zijn en van een jongeman kreeg ik zelfs een knipoogje. Waar ik dat aan te danken had?

Enfin bij de bioscoop stonden een paar mensen te wachten of slenterden wat rond waarschijnlijk om de tijd te doden. Het meisje bij de bloemenkraam was haar bloemen aan het inspecteren en riep een vrolijke groet naar een paar voorbijgangers.
Ik liep de trap af naar beneden waar de boekenwinkel zich bevond en vanwaar ik alvast een blik op de bezoekers kon werpen. Gelukkig er stonden geen mensen buiten te wachten, dus misschien viel de lengte van de rij mee.

Nog steeds wist ik niet wat ik tegen de heer van Kooten zou zeggen.
‘Ik heb u altijd met uw collega zeer bewonderd?’ Nee toch maar niet, die man is gewend aan bewonderaars en daar hoefde ik niks meer aan toe te voegen, toch?
Niets schoot mij te binnen, laat staan, dat ik iets intelligents of iets grappigs kon bedenken.
Ik ben niet bepaald op mijn mondje gevallen, maar nu puntje bij paaltje kwam, was er een grote leegte in mijn brein. Ik drentelde nog wat heen en weer, deed of ik in de etalage iets zag wat mijn interesse op riep, maar in werkelijkheid zag ik niks.

En toen werd ik toch wat ongeduldig en besloot een beetje in mezelf mopperend dan maar niks te zeggen en alleen vriendelijk naar hem te glimlachen en dan maar afwachten of hij misschien iets tegen mij zou zeggen, zo van:
‘Ha Ellen, wat leuk dat ik je zie. Heb je zin om zo meteen een kop thee mee te drinken?’ Nou, dat wilde ik wel en in mijn fantasie speelde ik natuurlijk geen stommetje. Hij zou verrukt naar mijn boeiend betoog luisteren, niets of niemand verder meer ziend. Fantasie heeft van kinds her altijd mijn leven al verrijkt.

Eindelijk hakte ik de knoop door en opende de deur van de boekenzaak en daar zat Kees – ja zo noemde ik hem dus al – te signeren met de verrekijker van zijn vader naast zich op de tafel. Hij bestond dus echt en toen schoot mij te binnen, dat ik toch eerst wat boeken moest kopen, voordat ik het boekenweekgeschenk zou krijgen. Want dat zou toch wel handig zijn.
Nou, dat duurde langer dan gedacht, want het boek van de 1001 vrouwen van Els Kloet bleek uitverkocht en in de herdruk te zijn, maar ik kon het boek wel meteen bestellen zei de vriendelijke verkoopster. Graag zei ik en ik vroeg ook meteen of zij het boek van Karl Ove Knausgärd ‘Vader’ nog in voorraad had.
Het boekje van Nelleke Noordervliet ‘De leeuw en zijn hemd’ had ik al gevonden bij binnenkomst en zo met mijn schatten in de hand liep ik naar de kassa om te betalen en om het boekenweekgeschenk in ontvangst te nemen. En dan was het eindelijk zo ver.

Terwijl ik pinde keek ik even opzij of er nog veel mensen in de rij stonden, maar dat was niet zo. In feite stond er niemand meer en Kees van Kooten kon ik niet zien, omdat hij achter een pilaar zat.
Een zekere ongerustheid maakte zich van mij meester, vandaar dat ik tijdens de afwikkeling van mijn aankoop vroeg: ‘is Kees van Kooten er nog?’
Nee, zei de verkoopster, hij is net twee minuten weg. 
……………………………??
Het is heel lang stil gebleven in mijn bovenkamer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten